De vereniging | Contact | Pers
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
Relational Frame Theory

Relational Frame Theory (RFT) is de leertheorie waarop ACT gebaseerd is. Op zijn beurt komt RFT weer voort vanuit het radicaal behaviorisme van B.F. Skinner. Het maakt gebruik van mechanismen als operante conditionering om te verklaren hoe mensen zogenaamde 'afgeleide arbitraire relationele responsen' (AARR) vertonen, oftewel het leggen van verbale verbanden tussen stimuli die e niet per sé direct hoeven te ervaren. Omdat de term AARR onhandig in het gebruik is, is deze vervangen door de term relational framing (ook wel relationeel kaderen genoemd), vandaar de naam Relational Frame Theory.

 

 

Kernpunten

Een aantal (zeer beknopte) kernpunten van RFT op een rij:

  • Mensen leren relationeel te kaderen in een leerproces dat zich gedurende hun hele leven afspeelt, en waarin de sociale omgeving het gedrag relationeel kaderen consequent beloont. Met andere woorden, je leert relationeel te kaderen als gevolg van operante conditionering.
  • Verbale verbanden kan je direct leren (A is gelijk aan B; in cursief staat de relatie aangegeven), maar hieruit kan je als mens andere verbale verbanden afleiden (...dus B is gelijk aan A). In dit voorbeeld is er sprake van wederzijdse implicatie; het leggen van een verbaal verband tussen twee stimuli. Wanneer je de relatie tussen meer dan twee stimuli afleidt is er sprake van combinatorische implicatie (A is sneller dan B en B is sneller dan C --> B is langzamer dan A, C is langzamer dan B, A is sneller dan C, C is langzamer dan A). In dit voorbeeld zijn de relaties voor de pijl direct aangeleerd, na de pijl zijn de relaties afgeleid.
  • Relationeel kaderen leidt tot transformatie van stimulusfunctie: de ene stimulus neemt de psychologische eigenschappen van de ander over. De zin "De kat van de buren lijkt op een hond" zorgt ervoor dat de kat van de buren 'in je hoofd' enigszins verandert in een hond: je ervaart hem als gevaarlijker, meer aanhankelijk, groter of misschien zelfs blaffend, zonder dat je de kat daadwerkelijk hebt hoeven ervaren.
  • Het gedrag relationeel kaderen verklaart de snelheid en het gemak waarmee mensen verbale verbanden leggen tussen stimuli die ze niet hebben hoeven ervaren, en levert daarmee een zekere evolutionaire voorsprong op: je kunt verbaal aangegeven gevaar vermijden zonder de bedreigende stimulus in realiteit te ervaren ("Stop je vinger niet in het stopcontact, je vinger in het stopcontact stoppen is dodelijk"; opnieuw staat het relationele kader in cursief aangegeven).
  • Juist omdat je als mens de stimuli niet meer direct hoeft te ervaren maar toch gebruik kunnen maken van transformatie van stimulusfunctie als gevolg van afgeleide stimulusrelaties, is het mogelijk om zaken buiten het hier-en-nu te ervaren, zoals in de toekomst ("Als ik nu studeer dan krijg ik straks een goede baan en een mooie auto"), na de dood ("Als ik goed leef dan kom ik in de hemel") of voor onze geboorte ("In de riddertijd zou ik een prinses geweest zijn"). Ditzelfde geldt voor de locatie waarin we ons bevinden: dankzij relationeel kaderen kunnen we ons mentaal verplaatsen op plekken waar we nooit echt zouden kunnen bestaan ("Hoe zou het zijn op Pluto te leven?"). Relationeel kaderen staat daarmee aan de basis van spiritualiteit en perspectiefname, maar daarmee samenhangend ook aan de basis van empathie ("Als ik jou was dan zou ik me rot voelen").
  • Het menselijk denken bestaat uit relationeel kaderen van stimuli. Zo bestaat elke uitgesproken zin uit één of meerdere relationele kaders.

Het verband met ACT

Aangenomen dat mensen in principe alle stimuli relationeel kunnen kaderen (met elkaar in verband kunnen brengen) en mensen gedurende hun leven beloond worden voor dit gedrag, is het ook mogelijk dat ze tot relationele kaders komen die niet werkzaam zijn voor ze. Zo kan iemand komen tot de relationele kaders "Ik ben niks waard", "Als ik niet goed mijn best doe dan zal niemand van me houden" of "De depressieve gevoelens die ik heb zijn slecht en moeten bestreden worden". Wanneer mensen deze relationele kaders te letterlijk nemen (=cognitieve fusie) en ze in gedrag omzetten, dan ontstaat psychologische inflexibiliteit en experiëntiële vermijding, waarbij mensen het contact met het hier-en-nu, bestaande uit directe bekrachtigers, uit het oog verliezen. Dit zijn precies de processen die binnen ACT aan bod komen.


 

Meer lezen?